mei 2014

dinsdag 27 mei 2014

Aandeel verkeer en vervoer in uitgaven van gemeenten varieert van 2 tot 22%

Uit een analyse van gemeentelijke plannen blijkt dat kosten en effecten bij de beleidsontwikkeling vaak niet voldoende in beschouwing worden genomen. Dit is wel nodig om een duurzaam mobiliteitsplan te maken. Je kan een euro immers maar één keer uitgeven en duurzame oplossingen zijn kosteneffectief en dus uiteindelijk goedkoop. Daarom heeft de EU kosteneffectiviteit ook in de SUMP-guidelines voor duurzaam mobiliteitsbeleid opgenomen. Bij het kiezen van kosteneffectieve (duurzame) maatregelen kan het behulpzaam zijn dat een gemeente weet of ze relatief al veel of juist weinig uitgeeft aan onderdelen van het verkeer- en vervoerbeleid. In dit dashboard zetten we de gegevens van alle gemeentelijk begrotingen op een rij.

Hiervoor maken we gebruik van de CBS-statistiek van de gemeentebegrotingen. Die bestaat sinds 1995. Vanaf 2005 bevat deze statistiek cijfers op gemeenteniveau. De cijfers betreffen verschillende gemeentelijk posten, waaronder verkeer en vervoer. Deze post is opgebouwd uit diverse subposten. In dit dashboard presenteren we een aantal analyses op het gebied van:
  • Totale uitgaven aan verkeer en vervoer
  • Wegen, straten en pleinen
  • Parkeren
  • Openbaar vervoer.

Uitgaven aan verkeer en vervoer in 20 jaar 35% gestegen
Een analyse van de totale gemeentelijke uitgaven aan verkeer en vervoer laat zien dat de totale uitgaven per inwoner gemiddeld zijn gestegen van 201 euro in 1995 naar 271 euro in 2014. Deze stijging is wat lager dan de inflatie en vergelijkbaar met de ontwikkeling van de nettoconsumentenprijsindex. Kijken we naar de verschillen tussen de provincies dan valt op dat de gemeentelijke uitgaven aan verkeer en vervoer in Noord-Holland relatief hoog zijn. Ook gemeenten in Zuid-Holland hebben relatief hoge uitgaven. Dit is vermoedelijk te verklaren uit het feit dat Amsterdam, Rotterdam en Den Haag in deze provincies liggen. Sterk stedelijke gebieden blijken relatief hoge kosten op het gebied van verkeer en vervoer te hebben, zie hiervoor ook tabel 1.

Grafiek 1: Gemeentelijke lasten aan verkeer en vervoer per provincie (in euro per inwoner)

Bron: CBS Statline, bewerking Decisio en KpVV.

Aandeel verkeer en vervoer varieert van 2 tot 22% van alle uitgaven
Onderstaande tabel laat zien welk deel de post ‘totaal verkeer en vervoer’ uitmaakt van de totale gemeentelijke lasten over de periode 2004-2013. Er is een top 10 gemeenten weergegeven met het hoogste aandeel uitgaven aan verkeer en vervoer in hun begroting en een top 10 met het laagste aandeel verkeer en vervoer.

Tabel 1: Aandeel verkeer en vervoer in totale gemeentelijke uitgaven, gemiddeld 2005-2012
Hoogste 10 Laagste 10
  1Boskoop22%399Veendam4%
  2Harlingen17%400Hoogezand-Sappemeer4%
  3Amsterdam15%401Goirle4%
  4Littenseradiel13%402Blaricum3%
  5 Zandvoort13%403Borne3%
  6 Strijen13%404Woudenberg3%
  7 Vlist13%405Berkel en Rodenrijs3%
  8Gulpen-Wittem13%406Bleiswijk3%
  9 De Ronde Venen13%407Maasdonk3%
10 Waterland 12%408Oegstgeest2%

Bron: CBS, bewerking Decisio.

Opvallend zijn de grote verschillen, zowel in de top 10 als tussen het hoogste (22%) en het laagste aandeel (2%). In het databestand kunt u zien hoe groot het aandeel is in uw gemeente.

Van uitgaven verkeer en vervoer gaat 60% naar infrastructuur

Onderstaande diagram geeft de uitsplitsing van de lastenpost ‘totaal verkeer en vervoer’ weer. Hiervoor is het totaal van alle gemeenten over de periode 2006-2012 genomen. Het blijkt dat ‘Wegen, straten en pleinen’ met bijna 60 procent de grootste kostenpost is voor gemeenten. Ook parkeren en ov zijn hoofdposten in de CBS-statistieken. In onderstaande tekst gaan we verder op deze posten in.

Grafiek 2: Uitsplitsing van de begrote lasten voor verkeer en vervoer (alle gemeenten 2006-2012)

Bron: CBS, bewerking Decisio.


Sterk stedelijke en niet-stedelijke gemeenten betalen relatief veel aan straten en wegen
De post ‘Wegen, straten en pleinen’ bestaat volgens de definitie van het CBS uit ‘de aanleg en het onderhoud van het wegennet met bijbehorende voorzieningen en aanverwante taken’. Het gaat niet alleen om wegen, straten en pleinen, maar ook om bijvoorbeeld bruggen, spoorwegovergangen, verlichting en vergoedingen aan waterschappen voor beheer en onderhoud van wegen.

In tabel 2 zijn de gemiddelde lasten per inwoner uit de begrotingen in de periode 2005-2013 opgenomen. Het valt op dat Boskoop de hoogste lasten per inwoner aan de post ‘Wegen, straten en pleinen’ heeft. Deze hoge lasten worden in Boskoop vooral veroorzaakt door de uitgaven in de laatste drie jaren (980 euro per inwoner in 2012 ten opzichte van 186 in 2008). Dit illustreert dat er moet worden opgepast voor voorbarige conclusies, vermoedelijk is er sprake van een groot infrastructureel project in die jaren. Naast Boskoop staan ook laag stedelijke gemeenten als Vlieland, Schiermonnikoog en Ameland in de top 10. Aan de andere kant valt het op dat ook (zeer) sterk stedelijke gemeenten als Amsterdam, Rotterdam en Zaanstad in de top 10 staan. Gemeenten met gemiddeld de laagste lasten per inwoner zijn over het algemeen matig tot niet stedelijk.


Hoogste Gemeente Gemiddeld lasten in 
€ per inw
Mate van stedelijkheid
  1 Boskoop 532 Weinig stedelijk
  2 Vlieland 330 Niet stedelijk
  3 Amsterdam 311 Zeer sterk stedelijk
  4 Zaanstad 285 Sterk stedelijk
  5 Rotterdam 281 Zeer sterk stedelijk
  6 Schiermonnikoog 272 Niet stedelijk
  7 Lelystad 249 Matig stedelijk
  8 Stadskanaal 244 Weinig stedelijk
  9 Ameland 231 Niet stedelijk
10 Haarlemmermeer 230 Matig stedelijk
Laagste   
396 Dongen   56 Matig stedelijk
397 Grave   52 Weinig stedelijk
398 IJsselstein     45 Sterk stedelijk
399 Menameradiel   43 Niet stedelijk
400 Peel en Maas   43 Weinig stedelijk
401 Zuidplas   36 Matig stedelijk
402 Stichtse Vecht   34 Matig stedelijk
403 Eijsden Margraten   31 Niet stedelijk
404 Bodegraven-Reeuwijk   28 Matig stedelijk
405 Hollands kroon   31 Niet stedelijk
Tabel 2: Top 10 gemeenten met de hoogste en laagste begrote lasten per inwoner aan ‘Wegen, straten en pleinen' gemiddeld over de periode 2005-2013

Bron: CBS, bewerking Decisio.

Als we de lasten per inwoner vergelijken met de mate van stedelijkheid, ontstaat een interessant beeld.

Figuur 1: Mate van stedelijkheid per gemeente



Figuur 2: Lasten op de post ‘Wegen, straten en pleinen’ per gemeente (euro per inwoner)
2005-2013



Bron: CBS, bewerking Decisio.


Grafiek 3: Begrote lasten verkeer en vervoer per inwoner geclusterd naar mate van stedelijkheid 2005-2012

Bron: CBS, bewerking Decisio.

Uit bovenstaande grafiek en kaarten blijkt dat vooral de niet-stedelijke gemeenten (Boskoop, Vlieland en Ameland bijvoorbeeld) en de sterk stedelijke gemeenten (Amsterdam, Zaanstad en Rotterdam bijvoorbeeld) de hoogste gemiddelde lasten per inwoner op de post ‘Wegen, straten en pleinen’ hebben. Vermoedelijk is dit te verklaren doordat de kosten in de verstedelijkte gebieden relatief hoger zijn door ruimtegebrek en intensief gebruik. Voor de niet-stedelijke gebieden geldt daarentegen dat het aantal kilometers weg per inwoner relatief hoog is, waardoor de kosten per inwoner weer stijgen. Voorzichtige conclusie is dat in de matig en weinig stedelijke gebieden de kosten per inwoner van wegaanleg en -onderhoud het laagst zijn.

Grote steden hebben hoogste parkeerbaten

De post parkeren betreft het autoparkeren, niet het fietsparkeren. Volgens de definitie van het CBS bestaat de post uit de ‘diensten en taken rondom het parkeren, van beleid, het treffen van maatregelen en het handhaven daarvan tot en met het bieden van parkeergelegenheid door middel van parkeervoorzieningen’. Deze post is samengenomen met de post ‘baten parkeerbelasting’, de definitie van deze post is volgens het CBS ‘de opbrengsten van de (belasting)heffingen waarmee het parkeren gereguleerd wordt’.

Een analyse van de baten uit parkeren naar stedelijkheidsgraad levert een duidelijk, maar weinig verrassend beeld op:

Grafiek 4: Jaarlijks begrote baten parkeren per inwoner geclusterd naar mate van stedelijkheid 2005-2013

Bron: CBS + bewerkingen Decisio.

Het verband is duidelijk: hoe stedelijker een gemeente, hoe hoger de parkeerbaten. De verschillen zijn groot: Zeer sterk stedelijke gemeenten hebben gemiddeld € 66,50 per inwoner aan inkomsten terwijl niet-stedelijke gebieden gemiddeld slechts € 3,50 aan parkeerinkomsten per inwoner ontvangen.

Hieronder gaan we nader in op de parkeerbaten per gemeente. Tabel 3 toont een top 16 met gemeenten die de hoogste baten per inwoner uit parkeren hebben. Dit zijn uiteraard vooral sterk stedelijke gemeenten. Daarnaast staat er een aantal gemeenten in de top 16 die veel toeristen trekken, zoals Zandvoort, Valkenburg, Bergen en Noordwijk.

Tabel 3: Top 16 van gemeenten met de hoogste begrote parkeerbaten per inwoner 2005-2013
Top: Gemeente Mate van stedelijkheid Baten per inwoner
  1 Amsterdam Zeer sterk stedelijk 266,8
  2 Zandvoort Matig stedelijk 185,3
  3 Valkenburg aan de Geul Weinig stedelijk 110,0
  4 Rotterdam Zeer sterk stedelijk 102,0
  5 Bergen (NH) Weinig stedelijk   99,2
  6 Noordwijk Matig stedelijk   98,8
  7 Haarlem Zeer sterk stedelijk   93,7
  8 Muiden Niet stedelijk   86,3
  9 ’s-Hertogenbosch Sterk stedelijk   85,8
10 Goes Matig stedelijk   84,8
11 Middelburg (ZL) Sterk stedelijk   82,4
12 Alkmaar Sterk stedelijk   80,2
13 Sluis Niet stedelijk   75,4
14 Harderwijk Matig stedelijk   74,8
15 Harlingen Weinig stedelijk   74,3
16 Utrecht (gemeente) Zeer sterk stedelijk   72,1

Bron: CBS + bewerkingen Decisio.


In figuur 3 zijn de parkeerbaten per gemeente tevens op de kaart van Nederland ingetekend.


Figuur 3: Begrote baten op de post ‘Parkeren’ per gemeente

Bron: CBS, bewerking Decisio.
NB gemeenten die geen inkomsten hebben ingevuld zijn op nul gehouden.


Parkeren is voor 136 gemeenten verliespost 
Naast de opbrengsten hebben de gemeenten natuurlijk ook uitgaven aan parkeren. Het saldo tussen kosten en opbrengsten kan per gemeente flink uiteen lopen. Ter illustratie hebben we in tabel 4 een top 10 'verdieners' en een top 10 van gemeenten die relatief veel toeleggen op parkeren1 opgenomen. Daarnaast is in figuur 4 per gemeente op de kaart van Nederland het parkeersaldo ingetekend. Hieruit blijkt dat een aantal gemeenten verdient aan parkeren, maar dat er ook een aantal gemeenten zijn die er veel op toeleggen. Het gros van de gemeenten heeft een bijna neutraal saldo. In het databestand kunt u zien hoe groot het aandeel is in uw gemeente.

1 Althans, volgens de begroting van de gemeenten. Met verborgen kosten van bijvoorbeeld het ruimtebeslag van straatparkeren is hierbij geen rekening gehouden. Evenmin is hier rekening gehouden met inkomsten uit het gemeentefonds. Dit is een algemene, niet-geoormerkte subsidie vanuit het Rijk.

Tabel 4: Top 10 hoogste en laagste saldo per inwoner in euro's op de post ‘parkeren’, gemiddelde 2005-2013.
Hoogste Gemeente Mate van stedelijkheid Gemiddeld saldo
  1 Valkenburg aan de Geul Weinig stedelijk 77,9
  2 Zandvoort Matig stedelijk 74,7
  3 Noordwijk Matig stedelijk 61,0
  4 Bergen (NH.) Weinig stedelijk 60,9
  5 Sluis Niet stedelijk 40,9
  6 Amsterdam Zeer sterk stedelijk 40,0
  7 Muiden Niet stedelijk 39,4
  8 Hoogeveen Matig stedelijk 34,4
  9 Waalwijk Matig stedelijk 32,4
10 Goes Matig stedelijk 31,6
Laagste            
399 Heerde Weinig stedelijk -6,8
400 Laren (NH.) Weinig stedelijk -8,0
401 Zevenaar Matig stedelijk -8,3
402 Borne Matig stedelijk -9,3
403 Leeuwarden Sterk stedelijk -10,1
404 Leidschendam-Voorburg Zeer sterk stedelijk -11,4
405 Etten-Leur Sterk stedelijk -12,0
406 Nieuwegein Sterk stedelijk -12,0
407 Almere Sterk stedelijk -15,4
408 Papendrecht Sterk stedelijk -24,7

Bron: CBS, bewerking Decisio.

De lijst van verdieners aan parkeren wordt aangevoerd door publiekstrekkers als Valkenburg, Zandvoort, Noordwijk en Bergen. Daarnaast blijkt ook dat Amsterdam, als sterk stedelijk gebied, een positief saldo heeft. De gemeenten Hoogeveen en Waalwijk staan ook in de top 10, hier kunnen we niet direct een verklaring voor geven. De sterk stedelijke gemeenten Papendrecht, Almere, Leeuwarden en Nieuwegein leggen veel toe op parkeren. Een reden hiervoor kan zijn dat deze gemeenten relatief veel parkeergarages hebben, waar te lage inkomsten tegenover staan om de kosten te dekken.


Figuur 4: Parkeersaldo per inwoner per gemeente (euro per jaar)

Bron: CBS, bewerking Decisio.

Gemeentefinanciën en openbaar vervoer: een diffuus beeld

De post ‘Openbaar vervoer’ wordt door het CBS als volgt gedefinieerd:
‘De diensten van metro-, tram- en busondernemingen. Ook het treffen van voorzieningen voor ov en taxivervoer behoort tot deze functie, evenals het zorgen voor spoorwegaansluitingen in haven- en industriegebieden’. 

De begrote lasten per inwoner variëren van meer dan 100 tot 0 euro. De lasten kunnen betrekking hebben op haltes aanpassen, investeren in busbanen, bijdrage aan de ov-exploitatie (enkele hebben zelfs medewerkers van het vervoerbedrijf in dienst).
Aangezien iedere gemeente toegankelijke haltes heeft gemaakt, betekent dit dat er gemeenten zijn die de kosten van het toegankelijk maken van haltes op de post wegen/straten/pleinen hebben geboekt. Of dat de haltes door een andere overheid zijn gefinancierd.

De baten bij gemeenten kunnen bestaan uit bijdragen van bijvoorbeeld hun provincie of kaderwetgebied, inkomsten uit verkopen/heffingen maar ook onttrekkingen aan voorzieningen of aangewende reserves.

In de CBS-statistiek zijn bij 245 gemeenten baten noch lasten ingevuld voor het ov. Voor de gemeenten die hier wel iets hebben ingevuld, varieert het saldo van baten minus lasten per inwoner van 1,6 tot -136,8 euro per inwoner.
Het saldo geeft alleen aan wat er op de begroting van een gemeente staat en niet op wat er op de begroting van de vervoerautoriteit staat. Samen bepalen zij wat de totale investering en opbrengt van het OV is.

Het enige wat de CBS-statistiek over ov lijkt te zeggen is dat de ene gemeente relatief meer investeert in het ov dan de andere. De data zijn ook te bekijken in het databestand bij dit dashboard

Vooral gedragsmaatregelen zijn kosteneffectief

Dit dashboard kan aanleiding zijn om na te gaan waarom er veel of weinig kosten of baten zijn begroot op bepaalde posten. Wie op grond hiervan bijvoorbeeld meer zou willen investeren in bepaalde vervoerwijzen, dan is dit waarschijnlijk kosteneffectief, betaalbaar en duurzaam. Voor de gemeenteraadsverkiezingen heeft het KpVV een brochure opgesteld om nieuwe bestuurders in een notendop te informeren over de uitdagingen voor de sector mobiliteit en over betaalbare kosteneffectieve en duurzame oplossingsrichtingen. Dit resulteerde in de volgende twaalf verduurzamingsthema´s:

  • Duurzaam mobiliteitsbeleid
  • Verder met de fiets of lopen
  • Schoon en effectief openbaar vervoer
  • Klimaatneutraal rijden
  • Meer met minder: autodelen
  • Schoon bevoorraden
  • Zelf het goede voorbeeld geven
  • Positief belonen
  • Slim parkeren
  • Soepel overstappen
  • Beter benutten
  • De zorgplicht nakomen 

De brochure is te vinden op www.crow.nl

Meer over de effecten van de verschillende vervoerwijzen is te lezen in het dashboard over de kosten van vervoerwijzen dat binnenkort verschijnt.

Wikken en wegen 

Voor het kiezen van de juiste maatregelen is een goede prioritering belangrijk. Hiervoor wordt bij grote projecten vaak gebruikgemaakt van de MKBA (Maatschappelijke Kosten Baten Analsye). Voor kleinere projecten werkt CROW-KpVV momenteel met een aantal partijen aan een alternatief hiervoor. Dit gebeurt onder de vlag Wikken en Wegen. Wikken en Wegen is een tool die helpt bij besluitvorming over investeringen op het gebied van verkeer en vervoer. CROW-KpVV ontwikkelt deze tool voor gemeenten, stadsregio’s en provincies.
Meer informatie over dit project: http://www.crow.nl/publicaties/kpvv-bericht-136-wikken-wegen-slim-in-z-n-eenvoud?

De tool komt binnenkort beschikbaar.

Begroting en verantwoording (achtergrond van deze statistiek)

Sinds 1995 zijn statistieken van gemeentebegrotingen via het CBS openbaar. Het CBS kan deze data verzamelen omdat gemeenten volgens de comptabiliteitsvoorschriften uit 19952 de verplichting hebben om hun begroting in een bepaald format te presenteren. Tot 2003 presenteert het CBS deze statistiek nog niet op gemeentelijk schaalniveau, maar vanaf 2003 wel. Vanaf dat jaar hebben gemeenten volgens het ‘Besluit Begroting en verantwoording’ (BBV) de verplichting financiële gegevens aan het CBS en de financiële toezichthouder te verstrekken, de zogenaamde ‘Informatie voor Derden’ (Iv3). Het CBS levert deze informatie aan bij de EU (Eurostat) en het ministerie van BZK in het kader van financiële verantwoording. De rapportages zijn van belang om verschillende redenen, zo is het voor de Tweede Kamer een belangrijk instrument bij haar controlerende functie op de verdeling van gemeentefondsen, kan de Inspectie Financiën Lokale Overheden (IFLO) er gebruik van maken bij het maken van de jaarlijkse gemeentelijke begrotingsscan en is het voor de financieel toezichthouder eenvoudiger en sneller om de financiële posities van provincies of gemeenten te beoordelen. Ook voor provincies en gemeenten is het een handig hulpmiddel, zij kunnen met behulp van de gegevens bijvoorbeeld zelf nagaan hoe de lasten op diverse beleidsterreinen zich ontwikkelen in de tijd en ook in relatie met andere provincies en gemeenten.

2 Uit ‘comptabiliteitsvoorschriften 1995’: ‘De begroting, de meerjarenraming, de jaarrekening en de toelichtingen geven volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en de lasten’.

Beschikbare statistieken 
Het CBS heeft microdatabestanden van de gemeentelijke jaarrekeningen 2006 tot en met 2011 beschikbaar gesteld. In deze data wordt onderscheid gemaakt naar individuele financiële posten op een hoog detailniveau. Daarnaast zijn er financiële gemeentelijke data beschikbaar via CBS Statline, deze is minder gedesaggregeerd maar wel voor een langere periode beschikbaar (van 1995 tot 2003 op provinciaal schaalniveau en vanaf 2004 per gemeente). Hierbij gaat het zowel om data uit begrotingen als uit jaarrekeningen.

Waar komen de baten vandaan? 
In de CBS-statistiek zijn zowel lasten als baten opgenomen. De baten kunnen afkomstig zijn van bijdragen van andere overheden, inkomsten uit verkopen/heffingen (waaronder parkeerbelasting) maar ook van bijvoorbeeld onttrekkingen aan voorzieningen of aangewende reserves. De inkomsten uit het Gemeentefonds zijn op een aparte functie verantwoord (‘Algemene uitkering gemeentefonds’, functie 921) en niet toegerekend/verdeeld naar bijvoorbeeld de posten parkeren, wegen, straten en pleinen.

Kwaliteit van de CBS statistiek 

De CBS-microdatabestanden bleken voor algemene analyses weinig toegevoegde waarde te hebben boven de informatie die via Statline beschikbaar is. De reden hiervoor is dat gemeenten activiteiten onder verschillende financiële posten kunnen opnemen, waardoor de statistiek niet altijd consistent is. Hierdoor kan niet worden beoordeeld of er een correcte vergelijking op de onderlinge posten gemaakt wordt. Daarnaast is gebleken dat niet alle gemeenten alle financiële posten invullen en dat dit bovendien ook per jaar kan verschillen. Een vergelijkende analyse tussen gemeenten is met deze data niet goed mogelijk.

Ook aan de CBS Statlinedata kleven overigens beperkingen. Zo blijven de individuele begrotingsposten vrij algemeen omdat het geaggregeerde 'hoofd'-posten zijn. Tegelijkertijd zullen gemeenten hun kosten (en baten) op verschillende manieren boeken. Waar de ene gemeente een parkeergarage voor een relatief laag bedrag aan investeringskosten boekt, omdat hij deel uitmaakt van een grotere gebiedsontwikkeling, boekt een ander de volledige kosten in. Een gemeente die mensen inzet vanuit de sociale werkvoorziening boekt lagere loonkosten in dan een gemeente die dat niet heeft. Omdat onbekend is hoe de gemeente baten en lasten precies boekt, is het dus oppassen geen voorbarige conclusies te trekken.

In dit dashboard laten wordt een aantal statistieken van individuele gemeenten getoond. De data roepen veel vragen op. De vergelijking met andere gemeenten kan aanleiding geven om te onderzoeken wat de achtergronden van de rangorde zijn. Daarnaast wordt een aantal analyses gepresenteerd op een hoger aggregatieniveau, bijvoorbeeld op het niveau van provincies of op het niveau van bepaalde verstedelijkingsklassen.

De statistiek vindt u op: http://statline.cbs.nl

Hierin zijn de volgende posten opgenomen:

Totaal verkeer, vervoer en waterstaat 
Hoofdfunctie, bestaande uit de functies Wegen, straten en pleinen, Verkeersmaatregelen te land, Openbaar vervoer, Parkeren, Baten parkeerbelasting, Zeehavens, Binnenhavens en waterwegen, Veerdiensten, Luchtvaart en Waterkering, afwatering en landaanwinning.

Wegen, straten en pleinen
De aanleg en het onderhoud van het wegennet met bijbehorende voorzieningen en aanverwante taken. Het gaat hier onder meer om: wegen, straten, pleinen, bruggen, spoorwegovergangen, voorzieningen voor het openbaar vervoer, de openbare verlichting, straatreiniging, gladheidbestrijding, openbare klokken, taxistandplaatsen, wachtgelegenheden voor openbaar vervoer (abri's), kwaliteitsbeoordeling van het wegennet, registratie van openbare wegen buiten de bebouwde kom, vergoedingen aan waterschappen voor het beheer en onderhoud van wegen.

Verkeersmaatregelen te land 
Het opstellen van verkeersplannen (zoals voor verkeerscirculatie), het treffen van voorzieningen voor de regulering van het verkeer, en het nemen van verdere verkeersmaatregelen. De voorzieningen voor verkeersregulatie betreffen onder andere: verkeerslichten, verkeersborden, wegwijzers, plaatsnaamborden. Bij de verdere verkeersmaatregelen gaat het bijvoorbeeld om verkeersvoorlichting en -onderricht, verkeersonderzoek (ook in verband met de functie Wegen, straten en pleinen), verwijdering van autowrakken en verkeersobstakels.

Openbaar vervoer
De diensten van metro-, tram- en busondernemingen. Ook het treffen van voorzieningen voor het openbaar vervoer en voor het taxivervoer behoort tot deze functie ─ voor zover geen onderdeel van een andere functie (zie ook functie Wegen, straten en pleinen) ─ evenals het zorgen voor spoorwegaansluitingen in haven- en industriegebieden.

Parkeren
De diensten en taken rondom het parkeren: van parkeerbeleid, het treffen van parkeermaatregelen en het handhaven daarvan tot en met het bieden van parkeergelegenheid door middel van parkeervoorzieningen. De taken van de parkeerpolitie vallen ook onder deze functie. De (opbrengsten van de) parkeerbelastingen vallen er echter niet onder (zie hiervoor de functie Baten parkeerbelasting).

Baten parkeerbelasting
De opbrengsten van de (belasting)heffingen waarmee het parkeren gereguleerd wordt: de belasting voor het parkeren van een voertuig ─ zoals omschreven in de belastingverordening van de gemeente ─ en de belasting volgens een parkeervergunningenbeleid. Ook de opbrengsten van een eventuele naheffingsaanslag (wanneer er verzuimd is de parkeerbelasting te betalen) en van de heffingen vanwege het aanbrengen van een wielklem of het wegslepen van het voertuig vallen onder deze functie.

Zeehavens
De verantwoordelijkheden voor het functioneren (van de zeehaven) zoals: het beheer en onderhoud van de vaarwegen, verkeersmaatregelen voor op het water, de bebakening, loodsdiensten, weerkundige diensten, ijsbestrijding, de beschikbaarheid van radarinstallaties en radardiensten. Nota bene: slechts een beperkt aantal gemeenten beschikt over een zeehaven die als zodanig is aangemerkt.

Binnenhavens en waterwegen
De taken en verantwoordelijkheden op het gebied van binnenhavens en het beheer en onderhoud van de waterwegen (rivieren, vaarten en kanalen).
Binnenhavens die hoofdzakelijk het karakter hebben van jachthavens, vallen echter onder de functie Openbaar groen en openluchtrecreatie.

Veerdiensten
De beschikbaarheid van veerdiensten: uitgevoerd door een eigen gemeentelijke veerdienst en/of door subsidies aan een particuliere veerdienst en/of door het verlenen van vergunningen.

Luchtvaart
De taken op luchtvaartgebied (in het bijzonder de zorg voor luchtvaartterreinen), voor zover behorend tot de gemeentelijke taken. Vliegvelden die uitsluitend bestemd zijn voor het sportvliegen, vallen onder de functie Openbaar groen en openluchtrecreatie.

Waterkering, afwatering, landaanwinning
De zorg voor de waterkering (door zeedijken, waterkerende (bouwkundige) werken, dijkbewaking door dijkwachten, enzovoorts), de zorg voor afwatering (met behulp van watergemalen, waterlozingen, afwateringssluizen, enzovoorts) en de landaanwinning (met behulp van landaanwinningswerken voor indijking en bemaling of door subsidiëring van verenigingen voor landaanwinning).

Voor al deze data is ook onderscheid gemaakt naar financiële aspecten als energie, personeel, aankopen, reserveringen, kapitaallasten.